logo anja vosdingh bessem  
beeldend kunstenaar  
  
 
 
 
 

 
 
VERHALEN EN ANDERE SCHRIJFSELS
2009 / 2010 Over over luchtschappen en duivelinnen, kunstpraatjes, windnomaden en New York
Binnenkortst :
Op 11, 12, en 13 december ben ik deelnemer aan de naturistenbeurs in Utrecht. Zelf weet ik ook niet helemaal waarin ik me gestort heb, maar er is daar een kunstgang met kunst en kunstenaars (oa Igor Kusmirak en Jeroen Dercksen) waarin ik zelf aangekleed zit te zijn met blote beelden, informatie www.naturismetotaal.nl.

Al beetje januari 2010
Aan het eind van het jaar, tijdens het laatste weekend 2009 en het eerste weekend van 2010 is mijn atelier geopend tgv de tentoonstelling" Lucht- en landschappen, diva's en duivelinnen". Er zijn prachtige foto's te zien van Jeanette de Vries Robbe, die daarmee vooral de luchtschappen vertegenwoordigt, en de diva's zijn mijn duivelse beelden en tekeningen.

Omdat mijn nieuwsbrief knap onregelmatig verschijnt wens ik u nu alvast een fantastisch 2010, met veel geluk en inkomsten.
Afgelopen maanden.
Een van de allerfijnste avonturen van het afgelopen jaar was mijn deelname aan het Windnomadenproject op het Oerolfestival. Het was mijn eerste publieke optreden als schilder (met 399 andere schilders, maar toch). Iedere kunstenaar kreeg een grote houten vlinderachtige vorm, ter bewerking. Deze werden geplaatst op het Groene Strand van Terschelling waar ze zachtjes stonden te klapwieken in de wind, bij vloed stonden ze met hun voeten in de zee. Tot mijn grote vreugde is het project meeverhuisd naar New York, Gouverness Island, met de Parade, Holland Week, Willem-Alexander en Kapitein Hudson. Een geweldig alibi om zelf te gaan kijken of het er een beetje knap bijstond. Zie www.slem.org., voor de deftige foto's en onderstaande plaatjes die ik zelf met heel veel moeite bij deze tekst geprakt heb. Dat daar op de achtergrond is de Manhattan skyline !!

Tot 20 december staan mijn kleinplastieken en een aantal grote bronzen beelden bij Galerie BellEd in Langbroek. Een tuin met meer dan 250 beelden ! zie www.belled.nl
Tijdens de Open Atelierroute heb ik samen met de schilder Igor Kusmirak een workshop gegeven voor 35 liefhebbers van klei en verf met een geweldige naakte diva op rode pumps als model. Zie ook het filmpje van Eva Vosdingh Bessem op www.Anjavosdinghbessem.nl. Daarna heb ik besloten dat mijn prachtige atelier heel geschikt is voor het geven van korte workshops en weekenden met lunches enzo. Langere cursussen kan ik geestelijk en lichamelijk nog niet helemaal aan, want het is wel een beetje eng om die leerlingen die als het goed is steeds kritischer gaan kijken te laten werken tussen eigen beelden in wording.
2008 Modeltekenen, Aikido en Noorderijkunst.
Het is heerlijk in mijn atelier in Amsterdam Noord. Stil, mooi licht, dorpse atmosfeer rondom de Nieuwendammerkade met kippen en hangbuikzwijnen bij de buren. Met een aantal collega´s teken ik hier vaak naar model. Het zijn betoverende wonderbaarlijke en vaak heel ontroerende modellen.
Daar is de dansende Charlotte, die ter ontspanning in de meest enge spagaten gaat liggen. Wanneer je haar een stoel aanbiedt gaat ze er zo fraai, ingewikkeld en gevaarlijk mogelijk op staan. Malou met haar prachtige katteogen en welgevormde billen verzint de meest dramatische poses met, op en in een eenvoudig houten groentekistje of balancerend boven op de beeldhouwbok. Flamboyante Kiki toont met trots haar 135 kilo, en het mollige 'beeldhouwmodel' Katja ziet eruit alsof ze nét iets te strak in haar romige velletje genaaid zit. Dan is er de verscholen wulpse weelderigheid van de al oudere Claire, en de broze, kwetsbare schoonheid van Pieter, bijna 80: het zijn allemaal bijzondere mensen met een prachtige uitstraling die een bron van inspiratie zijn voor tekenaars, schilders en beeldhouwers.

Daarnaast heb ik de afgelopen winter wekelijks getekend bij de aikidolessen in de dojo van Wilko Vriesman. Het was lastig, spannend en hoogstfascinerend om de dynamiek en de tweezaamheid van de razendsnel bewegende aikidoka´s te treffen. Wanneer ik even met mijn ogen knipperde stonden mijn objecten 180 graden gedraaid of ze werden net ondersteboven door de lucht gezwiept. Het vergde grote concentratie en veel oog ontwikkelen voor de repeterende elementen om iets fatsoenlijks op het papier te kunnen worstelen.
Op zaterdag 8 en zondag 9 juni toon ik deze tekeningen naar model tijdens de de Open Atelier Route in Amsterdam Noord. Ook het stenen beeld 50 + en diverse bronzen zijn dan te zien in mijn atelier op de Nieuwendammerkade 54, open en schoon van 12 – 18 uur.
Tachtig kunstenaars van zeer uiteenlopend pluimage houden dan open huis, vanaf het veerpontje tot Holysloot. Er zijn ook concerten en kleine theatervoorstellingen. De centrale expositie is in het Brederodecollege op de Meeuwenlaan. Meer informatie bij www.Noorderijkunst.nl.

Verder zijn mijn beelden deze zomer ook te zien in de prachtige beeldentuin van Galerie Dom´Arte (www.galeriedomarte.nl) in Rucphen (bij Roosendaal, met o.a de zusters Pfaeltzer, Eric Claus, Franciska Zijlstra, Maja van Hall, en tot 13 oktober bij Interart in Heeswijk-Dinther NB. (www.Interart.nl, met o.a Barbara de Clecq, Ton Kalle, Michiel van Luijn en Dirk van den Velde).
2008 Ode aan de klei.
Mijn grote beelden maak ik het liefst in klei. Het is een prettig aards, plastisch materiaal waaraan het lekker zitten is. Nadeel is dat het zwaar is, je hebt een constructie nodig om de boel niet te laten verzakken, en je moet het goed verzorgen, op tijd nat houden en inpakken. Anders droogt het beeld uit en barst het kapot. Als het beeld klaar is maak ik een mal, dat móet ik wel zelf doen want zo´n in verse klei gelegd beeld kan niet getransporteerd worden, althans niet zonder dat het geheel tot postmodern transformeert op weg naar de bronsgieter. Vanaf het moment dat ik de mal heb is het origineel kapot. De boetseerklei gaat weer in stukken de kleiemmer in en kan, (mits nat- en vorstvrij gehouden), vrij eindeloos hergebruikt worden. De mal wordt gebruikt voor het eindresultaat : in brons, of gips of (aluminium)cement of gietsteen of beton of was of chocola enz. Het eindresultaat is nooit in klei want mijn boetseerklei kan door z´n samenstelling en metalen armatuur niet gebakken worden.

Klei bakken en dat kleuren, dat doen keramisten. Keramisten zijn kleikunstenaars en zitten ergens tussen alchemisten en pyromanen in. Soms vraag ik zo´n keramist een klein kleistudietje in zijn oven te bakken. Deze begint dan meteen te mompelen over temperaturen, droogtijden, kleurverandering, sinterprocessen en ovenprogramma´s en ik ben voornamelijk benieuwd of het er allemaal weer heel uit gaat komen. Want tot voor kort was de wereld van de keramisten voor mij volstrekt duister.

Daar is inmiddels verandering ingekomen. Ik ben bijgeschoold. Onder leiding van het keramische echtpaar Thomas en Katrin König weet ik nu hoe weinig ik weet. In hun studio in Kleve hebben ze eerst vergeefs getracht me de edele beginselen van het draaien in klei bij te brengen. En daar moet iedereen heel blij mee zijn, want het ziet er niet uit, dat beginnende eigengedraaide eetgerei. Maar kleurentestjes maakte ik als de beste. Alleen vond ik het erg saai om plakken klei te nummeren en systematisch te besmeren en dan ook nog aantekeningen te maken. Dus maakte ik er kleine torsjes van, dat was heel veel vrolijker.

Een tijdje later nodigde het ABK (amsterdamse beeldhouwers kollectief) me uit om dit jaar een vriendenbeeldje te maken voor hun donateurs. En omdat ik me lekker thuis was gaan voelen in al die torsjes, en nog helemaal niet uitgeëxperimenteerd was met wat erop te smeren ben ik daar lustig mee doorgegaan. Dat betekent dat donateurs van het ABK voor een luttel bedrag dit jaar in het bezit raken van een unieke Vosdingh Bessem. Staande en liggende torsjes, van 6 tot 12 cm, in stemmige aardkleuren tot glitterturqoise , meest mollige dames maar ook wel man, met engobes, oxydes, glazuren en slibdecoraties. Sommige zijn meer dan 4 keer in de oven geweest, en ze zijn allemaal zeer verschillend.

De ABK Vriendendag zal binnenkort gehouden worden in mijn atelier in Amsterdam Noord, waar ik me verheug op taferelen met veel vechtende vrienden die allemaal dat éne delftsblauwe torsje willen hebben. Wilt u meevechten? Alle informatie over vriend van het ABK worden vindt u op www.beeldhouwerscollectiefabriek.nl Wellicht ontmoet ik u dan als Vriend van het ABK en verse eigenaar van een orginele Anja Vosdingh Bessem.
2007 Feestelijke zomerweken in Tiel waar steenhouwerij Van Luijn het honderdjarig bestaan viert en waar ik helemaal los mag gaan in hun steen, en woon op camping de Karakiet in de Betuwe. Ontstaan van mijn hardstenen beeld "Ode aan 50 + ".
Een weekje in Tiel

Een jaar geleden rolde de uitnodiging van de familie van Luijn om deel te nemen aan de door hen bedachte festiviteiten ter ere van het 100-jarig bestaan van het familiebedrijf. Een weekje spelevaren in die enorme hal van ze. Lekker met hun zagen knoeien, en grasduinen in de steenbergen. Ik zei onmiddellijk ja en had geen enkel idee wat te doen. Maar daar kon ik dus een jaar over nadenken, hetgeen ik niet gedaan heb.

Naarmate deze zomer naderde werd ik allengs nerveuzer. Mijn eigen werk bestaat vooral uit opgewekte wulpse damesbronzen. Bij een eerste kennismaking kreeg ik last van de overkill aan mogelijkheden. Zou ik ze dit keer uit platen zagen, of moest ik niet eens iets heel nieuws, modern en combineren met staal of iets anders waar ik geen verstand van heb? Ik zag dat er vooral veel plaatmateriaal aanwezig was, en weinig blokken. Dat werkt zoals de opdracht "denk niet aan een roze olifant". Ik wilde steeds grager een blok en hakken in zo´n brok. Gewapend met een aantal ontwerpjes in was opzoek naar een juist formaat steen. Kalksteen leek me wel veilig . Opgewekt plukte Joost met de heftruck enorme brokstukken graniet en hardsteen te voorschijn uit de stapels. Ze leken me allemaal erg groot en erg hard, en vijf dagen opeens zorgelijk kort.

Het werd hardsteen en een feestweek. De eerste dag heb ik het ontwerp zorgvuldig uitgemeten en met een kartonnen mal op schaal op de steen overgebracht, die daarna met een paar ferme zaagsnedes gerieflijk in model gebracht werd. En toen werd het zagen en hakken, en hakken en zagen. De grote slijptol, waar ik m´n leven lang met zorg omheen gelopen ben, werd m´n beste vriend, het kleine slijpertje m´n rechterhand.Ik heb eerder in steen gehakt, maar altijd met hamer en beitel. Eén van de redenen waarom ik daar mee gestopt ben wás de traagheid van dit ontstaansproces. Nu vloog ik door de steen heen. Bovendien wordt je in zo´n korte week dapper en snel in beslissingen.

´s Avonds op camping de Karakiet samen met Saskia in de caravan. Eerst niet de camping kunnen vinden, daarna niet de caravan en tenslotte zwaar verregend onder het luifeltje wat yoghurt weglepelen. Niet ontdekt dat sanitair vlakbij is dus steeds lange wandelingen. Douche met muntjes die je niet hebt en dat ontdekken als je volledig ingezeept staat. Is dit leuk, vroegen wij ons af? Ja, dat was dus vreselijk leuk. Het maakte dat we geheel in de sfeer van de steenhouwerij konden blijven, letterlijk nog in het stof gedompeld, met armen die nog steeds stonden te slijpen terwijl ze al vrij hadden. Wanneer je je ogen sluit zie je uitsluitend het beeld, en vraag je je af hoe je het morgen gaat aanpakken. En dat dan bespreken met Saskia. Géén telefoon, die hoor je toch niet, geen computer om even contact met de buitenwereld te zoeken, geen krant, geen nieuws. Alleen maar steen en stof, en steeds minder steen en meer stof en meer beeld. We hadden fietsen bij ons, om de fraaie Linge te verkennen, en plannen om het nachtleven van Tiel te tackelen. Zeker zouden we naar de bioscoop gaan. Het werd langdurig doorwerken, slechts onderbroken door een heerlijke lunch waarvoor we helemaal geen ruk hoofden te doen, die wás er gewoon iedere dag. Mijn stenen dame was niet klaar in een week, maar wel veel verder en toonbaarder dan ik had durven hopen. Het is met het werk van de andere collega's enige maanden tentoongesteld in de fraaie tuin van het Gemeentehuis daar. Het beeld heet "Ode aan 50 + " en is , jawel, een ode aan het sensuele leven van de 50+ vrouw. Saskia Pfaetzer en ik hadden zeer de smaak te pakken van het zomerse hakken, en dringen ons graag jaarlijks op aan de steenhouwerij. We maken daar lange dagen, en het is een een heel eind rijden, maar we kunnen daar op het industrieterrein stof en herrie maken zoals we dat in de stad echt niet kunnen doen.

Veel dank aan de familie van Luijn en ik kom voor jullie tweehonderdste verjaardag graag weer terug.

2006 News Letter in English! USA, Open Atelier, Preview and Festivities at the stonemasons's yard.
USA
I returned to Amsterdam in June from my trip to the USA, where I installed an exhibition of ten sculptures at the SKH Gallery in Great Barrington, Massachusetts. They had somehow gotten lost during shipping, but thankfully resurfaced at customs after a nerve-racking month. The beautiful gallery is located in an old train station and a 'must' to visit should you be in the area (www.skhgallery.com).

OPEN ATELIER
On 10 and 11 June, I participated (sticky and sweaty) in the annual Open Atelier Route in Amsterdam Noord. For this occasion, my studio was transformed into a sight to behold. With the help of much cleaning and scrubbing, some cheesecloth, and great insight and a museum approach, Olga van der Kooi, a talented student of museology at the Reinwardt Academie, and my assistant Noga Zohar, my workplace was magically turned into a splendid exhibition gallery. I also showed my own two-dimensional work, both drawings and paintings, for the first time. Despite the stifling heat and the Dutch soccer team's first match in the World Cup, the participating ateliers drew many visitors. (www.atelierroutenieuwendam.nl)

PREVIEW WITH JAAP NIJSTAD
Together with my studio neighbors, Paul Smulders (a painter) and Leo van den Bos (a sculptor), I organized a preview for a small and select group of guests. Art historian and master raconteur, Jaap Nijstad, gave a talk for 20 people on important and most sincerely dead artists who had also opened their studios to the public in their time - the kind of comparison that thoroughly cheers us artists up. This was followed by a guided tour of the three ateliers during which many questions were asked and discussions held. The reactions were enthusiastic, and maybe we will do it again next year. The weeks that followed witnessed a heated battle against melting wax sculptures. While the small sculptures were simply placed in a bucket of cold water or in the refrigerator, the large sculptures became a big problem in such extreme meteorological conditions. As I am sure you will understand, I was thrilled with the totally rained-out month of August (the coldest in recorded history).

FESTIVE WEEK AT THE VAN LUIJN STONEMASON'S YARD
In August, several colleagues and I were invited by Van Luijn Stoneworks in Tiel (also the place to go for your funerary masonry, countertops and pedestals) to work there in honor of the family-run firm's centennial. I was free to avail myself of their stone, saws and expertise. Armed with several designs in modeling wax, I went looking for a suitable stone. They all seemed rather large and very hard, and five days suddenly struck me as alarmingly short. Nevertheless, it turned into a festive week. On the first day, I carefully measured out the design and with a cardboard template built to scale transferred it to the hard stone, which was subsequently conveniently shaped with a few firm cuts of the saw. And then the hard labor began; sawing, hewing, chiseling and polishing. The large grinding disc, which I had spent a lifetime gingerly avoiding, became my best friend and the small grindstone my right hand. I have worked previously in stone, but always with hammer and chisel. Now I was literally flying through it. Moreover, in such a short period of time you are forced to be braver and make decisions more rapidly. I spent the evenings at the campground with my colleague Saskia Pfaeltzer. You cannot imagine how much rain fell down as we huddled together under the awning of our trailer. The showers were coin operated – we didn't have any coins with us, and only discovered this after having thoroughly lathered up. Are we having fun, we wondered? Yes, we were. A lot, in fact! Washed-out and showerless, we were forced to remain true to the atmosphere of the stonemason's yard, literally still covered in dust, our arms still grinding even when we had finished working. Closing one's eyes and envisaging the sculpture, thinking of stone in a cloud of dust….

My sculpture is entitled '50 +', referring the number of kilos the stone most certainly shed in the course of its transformation. It connotes feminine sensuality – also that of a more curvaceous woman – and celebrates the voluptuousness of women over 50. Still, it is very heavy, and measures 85 x 60 x 30 cm.
2005 Amerikaans avontuur, Amsterdamse Grachtentuinen en voor het eerst digitaal met de camera
ZOMER
Hartje zomer is het, al ziet dat er niet steeds zo uit. Voor mij wel heel prettig weer om te werken. Mijn atelier in Noord is helemaal top maar het kan er brullend heet worden in de zomer. Met alle malaise van dien, spontaan gegroeide postmoderne beelden van smeltende boetseerwas en uitgedroogde klei. Gelukkig heb ik sinds kort een paar ventilatoren ronddraaien, dat oogt meteen al een stuk frisser.

MIJN EERSTE REIS NAAR AMERIKA
In mei ben ik - voor het eerst van mijn leven - drie weken naar Amerika geweest. Eerst New York, wat ik een geweldige inspirerende en vitale stad vond, dan richting oostkust, Newport (waar de optrekjes staan van de Vanderbiltjes, Loirekastelen waarin de kleinkindertjes - op zilveren dienbladen als sleetjes- van de monumentale trappen afscheurden), terug naar de Berkshire, (het is dus echt waar, van al die houten huizen met een veranda erom heen, én maar grasmaaien), over Mount Washington naar Maine, Portland (kreeft!!!) en toen weer terug naar New York. In Maine deed ik een interessante ontdekking : sinds mijn eigen illegale schilderactiviteiten is mijn belangstelling voor schilderijen zeer toegenomen. Veel werk van amerikaanse schilders, landschapschilders, vond ik mateloos overdreven belicht, en ik dacht dat dat hun Hollywood-invloed was. Tot mijn verbijstering zag ik in een museum in Maine dat ze allemaal zo bizar belicht schilderen ! En toen ik uit het raam keek zag ik dat het buiten óók allemaal zo overdreven uitgelicht was ! En - purpose of the trip - ik heb een galerie gevonden in Great Barrington, even boven New York, in een prachtig oud (voormalig) stationsgebouw. S.K.H. Gallery at the Train Station, 46 Castke Street. Voor de reislustigen. Sam en Jane Kasten zwaaien er de scepter, ze hebben nu twee beeldjes die ik meegenomen had in het vliegtuig, en ze willen meer en groter. Als iemand suggesties of adressen heeft voor betaalbaar transport over zee houd ik me aanbevolen.

TERUGBLIK OPEN GRACHTENTUINEN EN ATELIERROUTE
Thuisgekomen meteen aangetreden voor de Open Atelierroute Nieuwendam. Beetje wazig van de jetlag, nog hartstikke hyper van New York en misschien daarom helemaal niet naar verwachting heel goed verkocht ! Het volgende weekend waren twaalf van mijn beelden te zien tijdens de Open Grachten dagen in een tuin aan de Keizersgracht. De eigenaar had een grootse opening verzorgd waar ik, rijkelijk bespoeld met champagne, allemaal BN´s de hand heb mogen schudden. Met mijn versgekochte nieuwe digitale camera (nu ik internationaal ga moet ik toch moderniseren) heb ik de eerste foto´s gemaakt die ik jullie graag zou willen laten zien ware het niet dat ik echt nog geen idee heb hoe je ze van die camera af in de computer jaagt. Laat staan doorsturen. Maar ik ga daarvoor doorleren en jullie gaan de resultaten daarvan zien. Ooit.

KOMENDE EXPOSITIES
Binnenkort heb ik vier elkaar overlappende tentoonstellingen. Dus ik werk me suf. Veel naar de gieterijen in Geldermalsen, Druten, en Zandvoort. Tentoongesteld werk terughalen, werk in consignatie in diverse galeries terugveroveren, enz.
Ik zal u tot vervelens toe op de hoogte houden.

PS : Ik ben geen digitaal licht. Mocht u het onbeschrijfelijk vervelend vinden om mijn post te ontvangen, laat het me dan weten. Wellicht reageer ik dan niet adekwaat, vergeef me, en stuur me nog een email. Overigens zijn alle reacties welkom, emails lézen kan ik meestal wel.
2004 Mijn laatste strapatsen als voorzitter van de "Ondernemende Kunstenaars", op reis naar mijn buurman in Guatemala, paardrijden in Honduras en een PR pitch in Mexico City.
Wij van de OK hebben besloten om vanwege alle economische malaise ook úw knip te ontzien en schuiven de viering van onze volgende Dikke Vrienden Dag door naar het voorjaar van 2005. Dan wordt het Dikke Vrienden Ding van 2004 dat nog geheel en al geheim is maar waarvan de vermoedelijke maakster vroeger voorzitter was van de OK aan u uitgereikt. En de streefdatum gaat ergens eind maart worden. U gaat hier nog tot vervelens toe post over ontvangen. En de streefplek is mijn atelier op de Nieuwendammerkade 54 in Amsterdam Noord.

Daarom, en alléén daarom heb ik afgelopen winter o.l.v. Leo mijn atelier uitgebreid. De trap is verplaatst en ik heb er boven zo´n extra 30 vierkante meter bij. Met heel prachtig licht, een ideale plek voor mijn illegale schilderspraktijken. Want die houd ik er op na sinds ik daartoe gedwongen werd bij de tentoonstelling "Polyfoon" die we twee jaar geleden bij Artis gebouwd hebben. Verder zit er al enige tijd een redelijk goed functionerende keuken in en ik reken erop dat het met de catering wel in orde komt. In februari heb ik een inspirerende reis gemaakt naar Guatamala, Honduras en Mexico City, een geweldige stad waar het barst er van de beelden, op straat, op de boulevards, in parken, echt overal. In allerlei galeries mijn kaartje met website van de OK achtergelaten maar dat heeft nog niet tot een grote toestroom van Nieuwe Mexicaanse Dikke Donateurs geleid. Dat komt nog wel.

In april barstte zoals gebruikelijk het buitenseizoen weer los. Alle beeldentuinen zijn dan op z´n mooist, en allemaal gaan ze op hetzelfde moment open, en willen ze mijn werk erin. In Drente was ik in "de Hullu" in Gees, in Heeswijk-Dinther bij "Interart", en ook Louis de Vocht (Dikke Vriend van de OK) van de Tienhof in Tienhoven (bij Maarssen) heeft weer genadeloos toegeslagen.

Wanneer u digitaal geïnformeerd wilt blijven van mijn strapatsen is het handig uw e-mail adres door te geven aan Vosdingh@gmail.com. Bij deze mijn dank aan alle trouwe Vrienden die gereageerd hebben op mijn tentoonstellingen.

En volgend jaar wordt het echt tijd dat ik buitengaats ga. Ik zou wel graag in Verre Landen willen exposeren. Amerika ofzo. Wie suggesties, adviezen, plannen of contacten heeft belle mij. Alvast bedankt
2003 Een fascinerende reis door Kameroen : op bezoek bij de zesvingerige sultan, de marabou-oplichter, de leeuw die dichtbij veel groter is dan op de televisie en hoe blanken kakken.
KAMEROEN Voorgeschiedenis
Omdat dat daar wat ruimer en wijdmaziger gezien wordt dan hier in het Westen, en hij zijn eigen geboortecertificaat in elkaar gefabriekt heeft schat Roger Sam Nyang Toppo zijn leeftijd op 38 jaar en die van zijn Moeder op 72. Roger is geboren in Douala, de havenstad van Kameroen. Hij heeft 2 broers, één schizofreen, de ander ook niet helemaal in orde, en een jonger zusje Elise.Als hij 7 is overlijdt zijn (oude) Vader en wordt hij met zus bij familie 150 kilometer verderop geplaatst. In dit gezin met 12 schoolgaande kinderen worden Roger en Elise uitgebuit als huisslaafjes. Na anderhalf jaar besluiten de kinderen om – op blote voeten door het oerwoud – terug te lopen naar hun Moeder, waar ze verder opgroeien, nog steeds zonder onderwijs. Roger verkoopt pinda's, maakt schoon, werkt in hotels, in de keuken en heeft tenslotte een eigen eethuisje. Wanneer hij 20 is gaat hij naar Parijs, een paar jaar later naar Amsterdam, waar hij enige tijd bij de buurman van mijn echtgenoot Paul op de Overtoom woont.

Ik heb Roger 8 jaar geleden leren kennen. We spraken toen Frans met elkaar, hij was analfabeet en deed wat schoonmaakwerk. Nu heeft hij zowel de Nederlandse als de Kameroenese nationaliteit, een baan als conciërge op een school in de Bijlmer, hij kan lezen en schrijven en spreekt Nederlands. Hij onderhoudt zijn oude Moeder, zijn 2 gestoorde broers, zijn zuster Elise die inmiddels weduwe is, haar twee jongste kinderen Mamaïta en Lazar. Ook haar oudste dochter Meridor en háár twee dochtertjes heeft hij lange tijd onderhouden, maar nadat zij jong en slordig tot 3 keer toe zwanger raakte van onzinmannen, en volgens Roger ook de kapsalon (een spiegel en een stoel) die hij voor haar opzette naar de filistijnen hielp heeft hij haar eruit gezwiept.
Deze hele familie woonde hartje Douala achter het busstation, ín bij een andere familie, met nauwelijks eigen slaapplaats, zijn moeder sliep onder de keukentafel, ze poepten op een krant, geen water, geen elektriciteit.Twee jaar geleden meldde Roger dat hij een huis en/of stukje grond wil zoeken voor zijn familie, waar ze beter en vooral gezonder zouden kunnen leven.Paul, zijn Overtoomse buurvrouw Joke, en ik hebben hem daarvoor geld geleend en gegeven. Daarnaast hebben we onder vrienden en familieleden ook nog een bedrag bij elkaar gesprokkeld waarmee Roger in de zomer van 2001 van allerlei is gaan doen. Het bestuderen van de resultaten van dit project was de aanleiding voor een fascinerende reis in december 2002 naar en door Kameroen met Paul, Roger, Joke en Anja.

Vrijdag 20 december 2002
Als zelfstandig ondernemer moet ik deze laatste dag van het jaar thuis zwaar opgefokt bezig zijn met Vreselijk Belangrijke Dingen, maar om 18.00 uur gaat de deur dicht, pikken we Roger en Joke op en rijden we naar Breda waar we ontvangen worden door Paul's zus en zwager met heerlijke happen en vorstelijke bedden op allemaal éigen slaapkamers. Vakantie is begonnen.
Zaterdag 21 december
Zwager Jan wekt ons om 7 uur en brengt ons in zijn dikke auto – die hard nodig is voor de extra bagage van spullen voor Roger's familie – naar het vliegveld in Brussel. De vlucht van 11.00 uur vertrekt anderhalf te laat. We hebben alle vier andere plaatsen, dat communiceert matig, maar daardoor kon ik wel stug doorlezen in "De zwarte met het witte hart", een hele beste voorbereiding op onze trip. Bij aankomst is het donker en erg warm. Douala is de economische (want havenstad) hoofdstad van Kameroen. De luchtvochtigheid is er 97 %, de temperatuur 30 graden en hoger. Het zweet gutst over onze ruggen. Roger heeft vriend David georganiseerd die ons met een busje waarin ook nog een nieuwsgierig nichtje, komt ophalen. Ik vind het wel heel vol met z'n zessen op 4 volwassen plaatsen maar later zal ik nog met weemoed aan deze zee van ruimte terugdenken.
Aan een bijzonder slechte zandweg aan de buitenkant van Douala ligt het huisje van Roger. Hotsend en stotend arriveren we er. Er is een zitkamer en vier slaapkamers, een erf waarop nog een hok en de trots van Roger, een wc en een douche. De wc heeft hij speciaal voor ons laten maken, op het gat in de grond is een grote lemen trechter geplaatst met vrolijke mozaïk-rand. De muurtjes eromheen komen tot schouderhoogte. Er hangt een gordijntje als deur. Ernaast is de douche, net zo'n hok met gat en ook met een emmer water, versgetapt uit de waterput onder aan het erf, de deur is een stuk golfplaat. Uit alle hoeken en gaten komen Roger's familieleden te voorschijn, zijn Moeder, zijn zus Elise, haar zoon Lazar en dochter Mamaïta, de twee malle broers en nog wat buren. We worden uitgebreid bezoend en geknepen. Oma denkt dat Paul met zijn eerste en met zijn tweede vrouw is, en omdat het echt te vermoeiend uitleggen is dat de vrouw die op zijn adres woont de buurvrouw is, maar dat die ergens anders in de stad woont wél zijn vrouw is, laten we dat deze reis verder maar zo. We krijgen dan ook met z'n drieën een houten slaapkamer die raamloos, donker en erg warm is. Wel worden er iedere keer als één van ons richting slaapkamer gaat onmiddellijk de twee ventilatoren die we voor ze meegenomen hebben achter ons aangedragen waardoor we inderdaad wél in staat zijn om in deze stoofschotel te slapen. We eten vis en drinken bier bij de gezellige TL verlichting.

Zondag 22 december.
We worden al vroeg wakker van het bezige geveeg van Elise. Een kort takkenbosje zonder steel, want dat laatste is te duur. Het hele huishouden doet ze op de knieën: koken op een open vuurtje tussen drie stenen, afwassen in een teil op de grond. Wanneer we aan kakketoe zijn en ons op de gemozaikte pot zetten merken we dat Oma geïnteresseerd uit haar raam hangt, waardoor ze goed zicht op de poepende blanken heeft, ze is duidelijk nieuwsgierig of wij dat nou anders doen dan zij. Uit wraak kijken we mee als zij onder de douche gaat, dat doet ze inderdaad anders, ze zit op haar hurken en reinigt het oude lichaam geheel vanuit deze positie. Elise is net zo'n maniakale schoonmaker als Roger, álles wordt geveegd, huis, stoep, erf en een stukje weg. Wanneer je iets aan kleding uittrekt, wat door dit klimaat nogal gestimuleerd wordt, stopt ze het onmiddellijk in de tobbe.
We maken een wandelingetje door de buurt en kijken onze ogen uit naar de armoedige opeengestapelde huisjes met kinderrijke erven. Hier en daar verkopen bewoners wat pinda's of bananen voor hun erf. Zij kijken ook hun ogen uit, blanken, en zeker logerende blanken komen niet in deze buurt. Om 11 uur komt David ons ophalen. We krijgen instructies om ook in de auto geld en tas stevig vast te houden en de autodeur altijd indien mogelijk op slot te doen. Twee politieagenten willen ons aanhouden maar David negeert hun gefluit. Het zijn volgens hem oplichters die ons alleen maar aan willen houden omdat er aan blanken altijd te verdienen is, het is de juiste tijd om de kerstgratificatie bijeen te klussen. Echter, de politie volgt ons en wanneer we later bij een kraampje stoppen staan ze meteen bij de auto stennis te maken. Er volgen verschrikkelijke scheldpartijen, die er nog angstaanjagender uitzien omdat één van de agenten daarbij regelmatig zijn geweer op David richt, of dreigt de banden door te steken. David is niet bang en wel woedend op deze corrupte agenten die 5000 francs (7,5 euro) betaald willen zien worden. Wel bieden ze David aan om dit bedrag te delen, hij kan het toch gewoon van de blanken vragen? Roger tracht alles te sussen en biedt 1000, tot razernij van David. Dat wordt geweigerd door de agenten en plotseling is Roger afgevoerd in een politieauto, terwijl ze Davids rijbewijs op gewelddadige wijze afnemen.
Wij worden er niet blij van. Nadat hij afgekoeld is rijdt David terug naar de politiepost. De agent daar is zijn buurman, vader van een invalide kind waarvoor David – hij is medisch instrumentenmaker in een gehandicaptencentrum – krukken gemaakt heeft. Hij doet zijn beklag bij deze man die vervolgens de kwestie gaat regelen en even later zit Roger, mét het afgenomen rijbewijs van David in het busje. Beide heren lachen zich suf omdat de corrupte agenten nu helemáál niks hebben. Wij zijn nog steeds niet echt blij. Het is een heftige eerste kennismaking met Douala.


Vervolgens rijden we in hoog tempo langs vele bevriende adressen van Roger; eerst langs de man die een boottochtje voor ons moet gaan regelen maar die is bij z'n broer dus dan gaan we naar de broer van de man die het boottochtje moet regelen en daar wordt het ook geregeld, we bekijken het stukje land wat hij mede van onze bijdrage gekocht heeft en bezoeken daar de buren, de timmerman die daar werkt neemt ons mee naar een volgend huis waarin hij toch zo mooi getimmerd heeft, daarna naar een vriend in een prachtige villa met zwembad zonder water erin, want die heeft weer een vriend die morgen een taxi voor ons kan regelen (reguliere taxi's willen de buurt waar Roger's huis is niet in). Ondertussen is het waanzinnig drukkend en benauwd weer, we zijn kletsnat en opgezwollen, hier en daar wordt al niet meer gerefereerd aan les blancs maar aan les faces rouges.
Tenslotte komen we terecht daar waar de brede rivier de zee instroomt of –te zien aan de problemen van de kleine vissersbootjes – net andersom. Het is een allee met bankjes en er staat een piepklein kinderachtig briesje waar we helemaal gelukkig van worden. We worden voortdurend lastig gevallen door verkopers van voedsel, drankjes, foto's enz., tenslotte ook door een man die zegt dat hij geld wil hebben omdat hij daar de boel schoon houdt (hetgeen verder niet echt zichtbaar is) David praat langdurig op hem in, de strekking van het verhaal is dat hij hem een oplichter vindt, en dat wanneer de man geld wil hebben hij dat eerlijk moet spelen en het gewoon moet vragen, of uitleggen dat hij honger heeft en dan maar eens afwachten wat die blanken dan doen. De man druipt af. Als ik later tegen Roger zeg dat ik het wel indrukwekkend vind dat David zo strijdvol en principieel is haalt hij zijn schouders op en zucht dat David nou eenmaal van een stam komt waar ze nooit hebben leren spelen.

Maandag 23 december, Douale-Yaoundé
Tot mijn ergernis wekt Roger ons al om 5 uur opdat we op tijd zijn voor de taxi die ons om 7 uur oppikt en na een duivelse tocht door het krankzinnige verkeer keurig op tijd aflevert bij de bus van 8 uur die helaas pas om 10 uur vertrekt. De tocht naar Yaoundé in wat ik nu toch zie als een hele luxe bus duurt drie uur en gaat dwars door het regenwoud. Zo te zien hebben ze de echt grote bomen al gesloopt.
In Yaoundé, de politieke hoofdstad staat weer een verse vriend van Roger klaar om ons met een splinternieuwe landrover van de zaak, 200 op de teller, interieur nog volledig in plastic verpakt, naar het station te brengen alwaar wij vernemen dat we géén kaartjes krijgen naar het Noorden. De mannen worstelen zich een weg door diverse ambtenaren tot ze bij de doortastende (en onomkoopbare) directrice van de spoorwegen zijn aangekomen. Ze ondervraagt ons streng, wil paspoorten zien, inspecteert of we wel bagage bij ons hebben, we mogen op de wachtlijst en moeten om 3 uur terug komen. Er gaat 1 x per dag een trein naar het Noorden, die daar ongeveer 18 uur over doet. De wegen zijn zó beroerd dat die tocht per auto wel drie dagen kost.

-4-
Bovendien hebben we al een vlucht vanuit het Noorden terug naar Douala, dus het is wel zaak om ooit op die airport te arriveren en liefst zolang mogelijk vóórdat we daar in het vliegtuig stappen. Om 3 uur staan we nog steeds op de wachtlijst, maar mét ons een angstaanjagend groot aantal anderen. We besluiten de trein van morgen te nemen, maar die is nog voller vanwege kerstavond. We moeten om 4 uur terugkomen. Paul charmeert en duwt en tijgert en geeft de directrice ongevraagd advies over de behandeling van toeristen die juist hevig willen gaan spenden in het arme Noorden. Zij wil nu onze namen weten, hetgeen zowel angstaanjagend als hoopgevend is. We moeten om 5 uur terugkomen.
Het wordt wel heel spannend. De mannen krijgen niemand meer te spreken, de loketten zijn leeg. Joke en ik zoeken in de gids alvast naar alternatieven meer in de buurt. Om kwart voor zes verschijnt de directrice en leest onze namen voor. We zitten erin ! De mannen barsten uit in hoeragebrul, en we worden door iedereen gefeliciteerd. De tranen staan in mijn ogen, ik kan me niet heugen ooit zó gelukkig van een treinkaartje te zijn geworden. Om 6 uur vertrekt de trein.
We hebben zelfs een slaapcoupé met z'n vieren en het geheel ziet er redelijker uit dan ik had durven verwachten. De trein zit boordevol, niet alleen met mensen, maar ook met kippen en een varken in een grote plastic boodschappentas, z'n snuit net uit de rits. Het varken protesteert hevig, (hij ligt ook niet eerste klas.) Roger vindt een piepklein kakkerlakje in z'n bed en durft daarom niet te gaan slapen. Paul knort al snel net zo hard als het varken in de volgende wagon.
De trein rijdt heel langzaam en stopt om de 3 minuten. Het blijkt een economisch belangrijk gebeuren te zijn voor de mensen die langs het spoor wonen, overal komen verkopers - meestal kinderen - van wat dan ook te voorschijn, en er is een levendige handel door de ramen. Iedereen bemoeit zich met de prijs, die zonder uitzondering overal misprijzend trop cher wordt bevonden, maar zodra de trein weer gaat bewegen zijn ze het snel eens. Zodoende is plotseling ook de wc bezet door een aantal kippen en worden de gangen al snel volgebouwd met enorme voedselpakketten, taboeretjes en een kast.
In de trein ontmoeten we Justine, landbouwonderwijzeres, getrouwd met een huisarts, net terug van het begraven en de daarbijhorende uitgebreide twee weken durende vieringen van de dood van haar moeder. Het is een pittige, en in vele opzichten zeer stevige dame, die ons heel veel tips, adressen en adviezen over reisgedrag in het Noorden geeft. Ze vertelt christelijk te zijn, haar man is moslim, hun 5 kinderen mogen zelf weten wat ze doen. Dat is trouwens iets wat opvalt , eenderde van de Kameroenezen is christelijk, eenderde is moslim, en eenderde is animist maar daar lijken onderling helemaal geen problemen mee te zijn, dat gaat goed en vreedzaam samen. De 275 verschillende stammen hebben het zwaarder met elkaar. Justine zorgt iedere dag voor voedsel aan vijftien extra kinderen die ouderloos zwerven in haar buurt, ze weet niet eens hoe de kinderen heten. Er zijn veel zwerfkinderen. Ook zien we opvallend veel invaliden, een partijtje rolstoelen zou het hier goed doen. Joke doet Justine haar HEMA leesbril cadeau en dan zijn ze duidelijk vriendinnen voor het leven.



Dinsdag 24 december N'Goundere- Garoua
Om 9.30 uur arriveert de trein op het stampvolle station van Ngoundere. Justine prakt ons met z'n vijven gedecideerd in een taxi om naar het busstation te rijden. Daar regelt ze voortvarend kaartjes voor de bus naar Garoua. Het is een busje waar in Amsterdam 15, en in Kameroen 30 personen in mogen. In het gangpaadje staan opklapstoelen zodat alles massief gevuld wordt. We zitten op de achterste rij, 3 gevulde dames, een dun Kameroentje en Paul, hartstikke klem. De tocht naar Garoua duurt drie uur en gaat door een fascinerend boomsavanne-achtig landschap. Hutten in kralen met van riet gevlochten omheiningen, soms van leem, soms van stro, allemaal met zwierige rieten puntmuts. Na een uur hetzelfde landschap wordt het een stuk minder fascinerend en valt iedereen in slaap. Verbaasd kijk ik hoe ze dat doen.
Terwijl wij van ellende niet weten hoe we nog enige doorstroming in onze onderdelen moeten organiseren laten zij het hoofd op hand, stang of buurman zakken en slapen. Wij choreograferen een arm opzij in nauw overleg met de buurvrouw als die haar arm omlaag doet, dan kunnen de armen nét elkaar passeren, zij leggen het hoofd in tamelijk dodelijke hoek naar achteren en zijn weg.
Zo nu en dan stopt het busje om verkopers, meestal verkopertjes, de gelegenheid te geven aan ons door de ramen iets te slijten. Verder scheurt hij volgas door, midden op de weg die weliswaar eindeloos lang leeg is maar waar soms tóch een tegenligger verschijnt. Ook vol gas door dorpen waar mensen op deze weg lopen, zitten en fietsen. Wilde slingers om gaten in de weg, alleen voor de ernstigste potholes wil hij wat vaart verminderen, anders breken z'n assen. Ik krijg het gevoel dat mijn assen ondertussen ook gebroken zijn.
Aangekomen in Garoua wil Justine twee taxi's, maar omdat ze geen goede prijs krijgt besluit ze met ons en haar berg bagage samen in één taxi naar ons hotel te rijden. Een piepklein autootje, Paul en Roger bij elkaar op schoot naast de chauffeur, de drie volle dames op de achterbank. De mannen rollen er bij aankomst soepel uit, maar de dames zitten zó klem dat de deuren niet open kunnen, er is niet genoeg ruimte om een hand tussen dij en deurknop te wringen. Ik krijg daar vreselijk de slappe lach van, Joke en Justine volgen, en ook de chauffeur die geen idee heeft waar het over gaat, schuddebuikt mee. We moeten vanaf de buitenkant verlost worden.
Hotel Relais St. Hubert ziet er van buiten chique uit. Logies in de vorm van ronde tweepersoons nephutten, zwembad, terrassen, bar, mooi onderhouden tuin. Binnen zijn de kamers viezig, maar wel met echte doortrek wc en dat vinden we zolangzamerhand wel fijn , de bedden tweepersoons en erg klein. Daarom komt Joke bij mij slapen, en Paul bij Roger. Het stadje is bomvol stalletjes en stoepverkoop. Roger helemaal blij met gebakken stukjes vlees die overal aangeboden worden, maar bij het zien van de met vliegen overdekte kadavers ernaast besluit ik nog geen honger te hebben. Het is stoffig en overal hangt een scherpe rook en stank, de auto en talloze brommers rijden op benzine uit Nigeria, een goedkoop en tamelijk ontplofbaar mengsel. Verder is iedereen die wat te bakken heeft, en dat zijn er heel veel deze kerstavond, dat aan het doen op een open vuurtje op straat. We wandelen langs de rivier waar Joke ronddobberende nijlpaarden filmt tot verdriet van Roger die liever heeft dat ze de talloze blote jongens opneemt die zich daar aan het wassen zijn.
Het is kerstavond maar in de stad merk je daar rustgevend weinig van. Na een aantal 'restaurants' bekeken te hebben besluiten we toch maar in het hotel te gaan eten. In de buitenbar worden we bediend door een wonderschoon duplicaat van Harrie Bellafonte. Tot onze verbazing zien we dat er langs het zwembad vele rijen stoelen geplaatst worden. Een enorme geluidsinstallatie spuugt tekst uit over 'Whisky black". Er blijkt daar een door deze drank gesponsorde feest te komen. Onze hut staat náást dat zwembad. Tot onze intense tevredenheid valt al snel de elektriciteit uit in de hele stad. Er is een nood aggregaat met discoverlichting, verder niks, geen kaarsje, nada. Paul heeft voor dat soort gelegenheden altijd een inmiddels zwaar behaarde kaars in zijn toilettas, dus die redt ons eten. Met plezier constateren we dat het feestje langzaam maar zeker leegdruppelt. Weliswaar herstelt de stroom vlak voor we naar bed gaan maar dan blijkt dat de airco zó oud, miserabel en lawaaiig is dat die eventueel feestgedruis gemakkelijk overstemt.

Woensdag 25 december, Garoua – Maroua.
Joke in ik zitten al vroeg in de zon te lezen bij het zwembad. De temperatuur is die van een heerlijke niet kleffe zomerochtend bij ons. Roger moet persé naar de kapper om zich tot echte Afrikaan te laten knippen. We laten ons verleiden tot een ontbijtje met omelet en thee waarvoor we zo'n astronomische rekening gepresenteerd krijgen dat we de verdere reis alle ochtenden op bananen en koekjes doen.
Roger laat op het busstation door een jongetje voor 35 cent z'n nagels verzorgen. Het ziet er prachtig uit maar iedereen krijgt wel de zenuwen van zijn gewoonte om steeds elders activiteiten te gaan ontwikkelen wanneer bus, trein of vliegtuig op het punt staat te vertrekken. We zijn dit keer zo slim geweest om 5 kaartjes voor 4 man te kopen, je krijgt er dat 1 gratis, en dat betekende dat we ook iets meer ruimte op de achterbank hadden voor de drieënhalfuur durende reis naar Marua. Wanneer de bus vol is komt er nog een hele dikke prachtig uitgedoste vrouw binnen. Ik denk dat het niet gaat, maar ze plaatst zich kolossaal in het rijtje vóór ons, waarna een langzame indaling start. Naast haar zien we een kennelijk lichtere man steeds meer omhoog komen, aan de andere kant een tengere vrouw die door de wetten van de zwaartekracht ingedraaid raakt, en haar armen tenslotte in en om de hals van de royale heeft hangen, er is verder echt geen plek meer om ze nog ergens te laten. Ze zijn meteen in gesprek, dat moet ook wel, hun hoofden zitten tegen elkaar geperst. Het ziet er vriendelijk uit.

Het landschap wordt steeds weelderiger en royaler, langs de weg immer hutten en verkopertjes, in de weg levensgevaarlijke scheuren en gaten. Om 2 uur stopt de bus en de muzelmannen (vrijwel iedereen) stappen uit om te gaan bidden. Roger ook : "Zij gaan lekker bidden, gaan wij lekker zeiken" zal een gevleugelde uitdrukking tijdens onze reis worden. Bij een piepkleine moskee, een soort heilig bushokje, staat een grote kruik met water waarin de mannen hengelen met blikjes om hun handen, hoofd en voeten te spoelen. Daarna met kleine shifts de moskee in en vol overgave buigen en bidden. Als de bus vertrekt zijn Paul en Roger in geen velden of wegen te bekennen. Ik hang woedend uit het raam hun namen te schreeuwen. Uiteindelijk komen ze - veel te laat - met roodaangelopen bedremmelde koppen aanzetten, iedereen moet eerst de bus weer uit om ze helemaal achterin te krijgen.
Om 3 uur zijn we in Marua. Justine had ons geïnstrueerd en inderdaad, naast het busstation aldaar ligt het nieuwe hotel Sahel te glimmen in de brandende zon. We krijgen wonderschone kamers met wc, douche, bidet, alles spik en span. Marua bestaat voornamelijk uit brede zandwegen omzoomd door grote lommerrijke groene bomen. Het is een kleine stad aan een grote rivier die nu helemaal droog ligt. We sjokken over de brede zandbodem naar de overkant, overal wordt gevoetbald. Uit hoeken en gaten van de kleine lemen huisjes komen prachtige vrolijke kinderen rennen die ons stralend bon noël, en bonne année wensen. Het is kerst.
Ook de volwassenen zijn uitgelaten als kleine kinderen en prachtig uitgedost, muzelmannen in handgeborduurde jurken, en wonderschone Afrikaanse dameskunstwerken. Tot mijn vreugde zie ik regelmatig dames, al een klein beetje op kleur krijg ik de indruk, model beeld Anja, met óók nog eens een kind op de vorstelijke bilpartij (ze dragen hier de kinderen zittend met gespreide beentjes in een doek om de heupen) die dan nog even extra swingen onderweg met al hun verrukkelijke vleeswaren. Taxi's zijn er niet maar je kunt jezelf én je spullen wel voor een luttel bedrag achterop de brommer laten verplaatsen. Je ziet dan ook de meest merkwaardige vrachtjes rondcrossen.In het hotel onderhandelen we met een gids over mogelijkheden en prijs om verder naar het Noorden te gaan, want hier houdt de beschaving kwa openbaar vervoer in ieder geval op.

Donderdag 26 december
Met onze chauffeur Amadu vertrekken we richting Nigeria, in het grensgebied ligt het dorpje Tourou waar die dag markt zal zijn. Al snel houdt datgene wat wij tot nu toe de weg noemden op, en via zandpaden, rivierbeddingen en andere akelig schuddende ondertonen arriveren we in het Mandaragebergte. Prachtige natuur, overal hutten waaruit kinderen rennen, bonne année, donnez moi des cadeaux. Er worden steeds vreemdere artikelen aangeboden : beschilderde kalebassen die getrouwde en verloofde meisjes hier als Duitse soldatenhelmen dragen, kameleons op stokjes die door het raam naar binnen geduwd worden, merkwaardig gebreide muziekinstrumenten. Eigenlijk wil ik plassen maar je hebt hier geen enkele privacy, hoewel we midden in de wildernis zitten hoef je de auto maar stil te zetten of uit alle hoeken en gaten komt de kinderschaar krijsend aanzetten. Ik laat me escorteren door Paul en Roger, die de kinderen van me af houden.
De markt in Tourou is armoedig en kleurrijk, veel granen die op een doek uitgestort zijn, twijfelachtige oliën en beschilderde helmen. De christelijke helft ontbreekt vanwege tweede kerstdag, de moslimhelft is wel aanwezig. Ik word opgedrongen geëscorteerd door David, 13 jaar oud, prachtig gebit, erg klein voor zijn leeftijd. Hij heeft zichzelf gepromoveerd tot gids en legt in prima Frans uit wat alles betekent. Als ik hem daarvoor tenslotte een fooitje geef wordt hij woedend, hij wil tien keer zoveel. Dit is de eerste keer dat ik dit tegen kom en ik ga hem dus omstandig uitleggen dat hij blij moet zijn met geld dat hij krijgt voor iets waar ik niet om gevraagd heb. Het zet geen zoden aan de dijk en hij stampt woedend tegen de autodeur. Toch is zijn schreeuw "nous sommes pauvres" wel heel lang blijven hangen.
In Kameroen komen we verschrikkelijk veel gebedel tegen, en ik vind het verdomd lastig om daar mee om te gaan. Eerst besloot ik degenen die niks deden ook niks te geven. Er zijn genoeg invaliden, melaatsen, blinden aan de hand van een (klein)kind die het harder nodig hebben, vond ik. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat ik ook wel iets gegeven heb aan de brutaalste en opdringerigste kinderen, min of meer om ervan af te wezen. En dan staat er iets verder op een verlegen en snotterend ietsje waarvan je voelt dat het nooit wat wordt, of misschien beeldhouwer, en dan heb ik al weer spijt dat ik daar nix achtergelaten heb. En de meeste kinderen komen in zwermen, zodat je niet genoeg hebt om eerlijk te verdelen. Bijkomend probleem was dat de kleinste muntjes van 100 en 500 francs (15 en 75 eurocent) niet gemakkelijk te krijgen zijn. Ook de flappen zijn vooral in grote valuta, 10000 en meer en je kunt niet één kind zoveel geven en zeggen dat hij het maar moet wisselen en eerlijk delen met z'n kornuiten, dat werkt niet echt. Joke en ik hadden wagonladingen viltstiften bij ons, waar regelmatig moord en doodslag om ontstond, dus dat was ook niet tof.
Vanuit Tourou vervolgen we dezelfde fijne weg naar Roumsiki. De omgeving daar heeft een hoogstmerkwaardige maanlandschapachtige allure. Vreemde pikvormige bergen, hoge steenstapelingen waaruit het cement verdwenen lijkt te zijn, gigantische stenen liggen op elkaar te wiebelen, er zitten zelfs doorkijkjes in de berg. Wanneer we Amadu vragen om te stoppen om een foto te maken rijdt hij gedecideerd een paar kilometer door : hij weet precies waar een toerist een foto moet/wil maken. Niet verwonderlijk dan dat ook op die van godverlaten plek onmiddellijk verkopertjes uit de bosjes schieten , dit keer met muziekinstrumenten van bamboe en elastiek. Om de verkopertjes heen armoedzaaiertjes : donnez moi un cadeau. Ik vind ze zo langzamerhand strontvervelend. Soms staat er ergens een verlegen snotneus - letterlijk en figuurlijk want die stofwegen in Afrika zijn niet goed voor de longen – zachtjes iets te prevelen, vermoedelijk ook iets over cadeautjes, maar ik ben die schapen zo zat dat ik ook hem wegduw. Later heb ik daar spijt van.
Aangekomen in Roumsiki gaan we naar "Petit Paris" van Mevrouw Terry, die we op het station van Yaoundé tegenkwamen. Ze had ons verteld dat haar man kok is, en 20 jaar in Italië had gewerkt, dus we stelden ons daar heel veel van voor. Voor de duidelijkheid, het eten was doorgaans niet te vreten, geen groenten, stokoude kippen en varkens, en veel rubber. Wanneer ik vraag waar de wc is wordt er gedienstig één van de hotelkamers open gemaakt , duidelijk bezet, maar inderdaad met een prettige wc waar het fijn zitten is tussen de privé-spullen van de op stap zijnde gast. En wat verse make-up artikelen om weer op kleur te verven.
Roumsiki is een zeer lieflijk ogende toeristische trekpleister dus dat betekent dat er wel twee hotels zijn en een aantal eethuizen. Men bakt pot, weeft kleed (mannen), spint (vrouwen) en fröbelt anderszins en biedt alles te koop aan.Ondertussen zwermen bedelende kinderen om ons heen. Denkend aan en spijtig over het snottebellende schatje dat ik bij de vorige stop niks gaf, trek ik deze keer de knip om "verzamelingen" aan te vullen van buitenlands geld. Meteen breekt de pleuris uit tussen de kinderen onderling, en de hardste en brutaalste wint.
De dorpsgids leidt ons naar een belangrijk man. Deze is stinkend vies, leeft in een soort hol, wordt geacht blind te zijn en doet voorspellingen met behulp van een krab, die hij een beetje in een met zand gevulde pot laat rondlopen, en daarna leest hij de sporen in het zand. Roger is nieuwsgierig en stelt wat vragen waarna hij de oude man hartelijk dankt en hem 500 CFK geeft, een goeie fooi hier. De blinde kijkt hem woedend aan en geeft het geld terug, hij wil meer. Er ontstaat een heftige discussie, Joke geeft de man 1000 (nog te weinig ziet de blinde) en we vertrekken. Roger is terecht kwaad en zegt de gids dit soort spelletjes niet te moeten spelen, en een klant van tevoren in te lichten dat dit geld gaat kosten. Roger gaat zelf wel eens naar een "echte" marabou toe, zo iemand hoort helemaal geen geld te vragen, maar je mag hem wel wat geven. Dus is deze een oplichter weet Roger. De gids legt uit dat de man heel belangrijk is in het dorp, geen beslissing wordt zonder hem genomen maar de stemming is er uit. Geen zin meer in het dorp, die rotkinderen,en die schijtmarabou en we breken de rondleiding af. De gids is teleurgesteld maar krijgt wel de afgesproken prijs. In de auto fulmineert Roger tegen Amadu, omdat die deze gids geadviseerd had, ook Amadu krijgt les in hoe hij met toeristen om moet gaan. Ik ben het wel met Roger eens, ook al blijft hij als een oude grammofoonplaat hangen.
We rijden terug, de zon zakt, een wonderschone korte schemering en dan is het nacht. Het is niet echt plezierig rijden, de vele gaten in de weg zijn nauwelijks te zien, tegenliggers hebben géén, of erger nog één licht zodat je denkt dat het een brommer is, en iedereen loopt in het aardedonker op de weg. Het enige licht zijn hier en daar de vuurtjes in en om de hutten. Roger zit voor en Paul, Joke en ik achter, dicht op elkaar geprakt, knieën in de nek. We zijn volledig doorgeshuffled en geradbraakt. Als we Marua naderen gaat er een zucht van verlichting over de achterbank. Roger echter, die beter zit en ons leed niet gevolgd heeft besluit om de chauffeur nog een fikse extra ronde te laten rijden in en om Marua op zoek naar een leuk restaurant om later op de avond naar toe te gaan. Achter ontstaat een machteloze slappe lach, we willen alleen nog maar die auto uit, onze gepijnigde ledematen masseren en onder de douche.

Vrijdag 27 december
Zes uur op. Doel is Wasa park, Parc National de Waza Provence Extrême Nord in deftig. De afstand is 100 kilometer over een min of meer geasfalteerde weg en daar doen we dan meer dan drie uur over. Onderweg zien we een omgevallen vrachtauto, ik heb nog nooit iets zo hoog opgeladens gezien. Vóór de auto ligt een takje bij wijze van gevarendriehoek. Vooral 's nachts functioneert dat geweldig.
In Wasa aangekomen – waar we eindeloos naar gebeld hadden om te reserveren, en hier ontdekken dat er gewoon geen telefoon is, want geen paal in de buurt – blijken er nét twee hutjes over te zijn, zonder airco maar omdat er in de verste verte geen alternatief is stappen we daarin. Het hotel/hutjescomplex ligt tegen en op een berg, en heeft een waanzinnig uitzicht. Tot aan de horizon kale vlakten, deels zwartgebrande grond, deels zand, deels hard geworden modder en plukjes boom tot waar het oog reikt. In de regentijd staat het helemaal onder water. Roger en Paul gaan lekker op het heetst van de dag wandelen naar het volgende huttendorp en Joke en ik bezetten het hotelterras. Daar worden we met talent geattaqueerd door wat rijpere verkopers die verdomd hardnekkig en erg geestig zijn. Moitié cadeau en moitié argent is hun uitgangspunt en vervolgens offreren ze een vriendenprijs waarvan je zelfs in Nederland steil achterover slaat. Kijken, kijken en niet kopen is ook hier al bekend over de Hollanders, maar we zijn wel als soort heel prijsvast als we wel kopen, weten ze. Joke koopt een aantal kettinkjes waarvan we de prijs tot éénvijfde weten terug te brengen. Door de gretigheid waarmee ze accepteren weten we dat we nog ruim te hoog zitten. Vervolgens verschijnt een buitengewoon vriendelijke man aan tafel, hij blijkt de directeur van het complex te zijn. Hij wil alles over onze reis weten en onze mening over het hotel. We hadden hem al eerder zien zitten met een aantal bejurkte mannen, we hadden hen gegroet en dat bleek enorm in de pul te zijn want we waren de eerste blanken die zomaar gegroet hadden.
In het gezelschap zit één van de onderkoningen van Kameroen waar Roger meteen verliefd op wordt, hij is een boef (alle politici zijn boeven) maar hij heeft wel prachtige ogen en een hele mooie gele jurk. Het is er heerlijk, wel brandend heet maar goed te doen in de schaduw, en eindelijk geen herrie van talloze bromfietsers, auto's en vrachtverkeer. En veel aandacht van de directeur, vooral voor Joke.
Om vier uur gaan we met de auto het wildpark in. Bij de ingang krijgen we een gids toegewezen, hij gaat mee in de laadbak van onze auto. We zien giraffen, grote antiloopsoorten, grote vogels. Het is een prachtig park, er ligt 500 min of meer bereidbare weg in. Knalrode bomen, soms geel, met felgroene blaadjes. Veel watertjes, veel duinlandschapachtigheden. De gids stampt steeds op het dak om ons te attenderen op bijzondere dingen. Tegen zessen worden we gestopt door gewapende parkwachters die narrig uitvallen tegen de gids en Amadu, we moeten vóór zessen (donker) het park weer uit zijn. Dat wordt ruim te laat. Terug in het hotel worden we weer bezocht door de directeur. Hij heeft wiskunde gestudeerd en daarna een ferme carrière gemaakt begrijpen wij. Hij is in ieder geval de enige Afrikaan die het woordje stress kent. Hij ziet wel wat in Joke en vindt het maar niks dat ze nooit getrouwd is geweest, een vrouw moet oefenen op de medeman vindt hij. Hij is nooit in Europa geweest, hij wacht tot hij uitgenodigd wordt op de bruiloft van Joke. Hij wil weten of we vinden dat hij tweepersoonsbedden of enkele bedden in het hotel moet plaatsen, en we geven hem ook ongevraagd advies over vele andere zaken. Hij is erg geestig, deze Moussa Seibou, en we gaan als laatste gasten naar bed.
Paul en ik lopen nog even naar buiten het kampement om een prachtige sterrenhemel met een overduidelijke melkweg te zien. Doodmoe storten we in de doorgezakte bedjes, in een armoedige, kapotterige en vieze kamer. Om vier uur gaat het heftig waaien, er zitten geen ruiten in de ramen dus we worden ruim op tijd uit bed geblazen.

Zaterdag 28 december
Al heel vroeg verschijnen Joke en Roger, volledig polair uitgerust, om opnieuw het park in te gaan. Amadu blijkt de nacht gewoon zittend in de auto doorgebracht te hebben. In het park is het voorlopig vooral heel koud, en er zijn weinig beesten te zien. We toeren eindeloos rond, dit keer ben ik blij met de veel te kleine auto en het gedwongen op elkaar gepropt zitten, daardoor blijven we een beetje op temperatuur. En dan gebeurt het. Twee leeuwen, een mannetje en een vrouwtje. De man verslijt ik eerst voor een buffel, hij is wel heel erg groot. Hij verdwijnt in het duingras. Het vrouwtje blijft nog even fotogeniek staan en trekt zich dan ook terug. Honderd meter verder ligt een ander vrouwtje. Naar instructies van de gids rijdt Amadu tot vlak achter haar. Plotseling draait ze zich om en staart ons recht aan met grote gele ogen en een venijnig zwiepende staart. Ik voel m'n hart in m'n keel kloppen. De gids die ongewapend in de bak staat vindt het ook niet gezellig meer en schreeuwt dat we weg moeten. Roger piept vanaf de voorbank dat de leeuw wel véél groter is dan op de televisie. We moeten ingewikkeld draaien om weg te komen, ik ga er maar vanuit dat de gids in de bak weet wat hij doet, en ben blij dat er niet ook nog één van ons Europese gansjes naast staat. Later blijkt dat de gids de zenuwen had omdat we geen goede vluchtroute hadden, hij had zichzelf bij ons in de auto willen proppen, waarbij we vermoedelijk alle zes opgeluncht zouden zijn.
Dik tevreden en opgewonden over ons avontuur rijden we weer terug naar het hotel, waar we wederom de directeur treffen in het gezelschap van nieuwe deftige mannen in jurken. De gele jurk met de mooie ogen zit er ook nog steeds. Roger stapt erop af, maakt een praatje, deelt een drankje en komt kirrend van vreugde terug met een verzameling adreskaartjes van Hooggeplaatste Personen. De deftige jurken blijkt maandag net als wij per vliegtuig te vertrekken. Op de terugweg bespreken we Joke's huwelijksmogelijkheden met de Wasa directeur. We zijn er allemaal een warm voorstander van, maar zij vindt hem te jong voor haar.
Onderweg stopt Amadu bij een hutje waar we tegen betaling binnen mogen kijken. Het zijn slim gebouwde compounds, ronde lemen hutten maat kleine koepeltent maar dan met strodak, je kunt er niet rechtop in staan. Eén ruimte is de keuken, we zien een soort pan slingeren, één ruimte voor de vrouw en haar kinderen, één ruimte voor de man, één ruimte voor de dieren. Daartussen staan hoge lemen vaten waarin de voorraad bonen en graan. Het geheel is omringd door een lemen muur waarin een nauwe deuropening. Over het geheel ligt een kunstige lattenconstructie bedekt met palmbladeren en stro waaronder je nét kunt staan en die redelijke koelte biedt. De jeugdige bewoner vertelt ons iets te opgewekt over zijn ellende : hij was getrouwd maar vermoordde per ongeluk zijn vrouw , terwijl deze ook al een akelig dood kindje gebaard had en toen moest hij twee jaar zitten. Even later komt zijn familie thuis : vies, eng, gestoord en hier en daar gedrogeerd, het lijkt zwaar op inteelt. Als we hem (royaal) betalen wil hij meer dan afgesproken, gezien zijn verhalen besluiten we ons snel uit de voeten te maken.
Langs de weg bestuderen we gebiologeerd de stoelgaande gewoontes van de bevolking. We zagen al dat moslimmannen hurkend, of op de knieën zittend piesen, daarna worden ze geacht hun piemel te reinigen met zand of steentjes (!) want als er een druppeltje plas op hun jurk komt zijn ze onrein en mogen ze niet meer bidden die dag. Kwakakken zetten ze zich overal neer, bij voorkeur goed in beeld en samen met gelijkbehoeftigen. Soms hangt die lange jurk over het geheel, zodat ze nog een vorm van privacy hebben, regelmatig wordt deze kwiek over de schouder geslagen, want gaat het fout dan mag je weer niet bidden. In alle hoeken en gaten wordt gescheten, als ik in een dorp vraag of er ergens een vorm van wc is word ik verwezen naar een buitenmuurtje, waar de stoelgang in zijn algemeniteit maar meestal niet in eenzaamheid, afgewerkt kan worden.
Terug in Marua in hotel Sahel zijn de toegewezen kamers van beduidend mindere kwaliteit dan op de heenweg. De beloofde suites zijn op (omdat ik ook wel eens bij mijn wettige echtgenoot wil slapen zouden we Joke en Roger in een suite plaatsen, waar anderhalf bed staat i.p.v. de veel te kleine tweepersoonsbedjes). Teleurgesteld ga ik in mijn beste Frans zeuren bij de receptie. Ze sturen in ieder geval iemand om de airco aan de praat te krijgen en we krijgen de kamers voor een andere prijs. Roger is zo verrukt van mijn Franse boosheid dat hij me enthousiast begint te zoenen. Overigens slapen we dit keer als roosjes in de afgekeurde kamers.

Zondag 29 december Pousse
Half zeven op weg naar Lake Maga, in het Oosten bij de grens met Tsjaad. Opnieuw een kloteweg om te rijden maar wonderbaarlijk mooi om te zien, rood zand, zwaar beboomd, dicht bij de stad vierkante lemen en soms zelfs stenen bouwsels, met golfplaten dak, verder weg ronde hutten, zowel van leem als van stro. Na anderhalf uur rijden bereiken we een enorm meer, dat verdacht veel lijkt op het IJsselmeer op een (heel) zonnige dag. Er ligt een dijk langs waarop iedereen fietst en loopt, en waaraan zeer verse vissen verkocht worden. We overleggen of we een bootje zullen nemen om de nijlpaarden te bezichtigen die daar in grote getale zouden rondzwemmen. Een lilagejurkte biedt ons een tochtje aan voor 25000 CFK, ongeveer 40 euro, toch wel veel voor een uurtje. Tot mijn verbazing accepteert Roger de prijs meteen, terwijl hij normaal rustig een kwartier de tijd neemt om een zak sinaasappels voor 100 (15 eurocent) i.p.v. 200 te veroveren. Later begrijp ik dat hij de sinaasappelprijzen wel kent, en die van bootjes niet. Bovendien is hij doodsbenauwd voor water, hij doet het echt voor ons.
Lilajurk springt achter op de auto om ons naar "zijn" bootje te brengen. Het is een 10 meter lang wat wrakkig ding, met kapotterige planken op de vloer om op te lopen en géén zonnedakje. De "zitplaatsen" zijn houten balkjes van 6 x 6, die zich tijdens deze tocht muurvast in onze billen zullen perforeren. We varen in de bloedhitte naar de overkant waar een kudde van 35 nijlpaarden zich in de rietlanden schuilhoudt. De activiteiten van Lilajurk beperken zich tot het geven van instructies aan de schipper, en het interessant met tegenlicht op de voorpunt gaan staan om uit te kijken naar de hippo's. Maar die zijn er vandaag niet dus keren we na een half uurtje varen weer terug. Verder wijst hij ons nog een beroemd vissersdorp, volgens zeggen hutten op palen in de rietlanden, maar ook daar kan hij helaas niet dichterbij komen dus we zien alleen wat schemerige stokken. We vinden het nogal karig voor 40 euro, waarvan we gezien hebben dat hij er 15 aan de schipper betaalde maar Roger wil niet dat we er over praten op het water, dat is veel te link en de watergeesten hebben zo'n bootje zo om.
Weer terug springt Lilajurk achter op de auto en rijdt mee naar Pousse (iets wat al op het programma van Amadu stond) Ik nam aan dat Lilajurk wat extra's voor ons wil doen omdat hij ons geen hippo's en geen vissersdorp kon laten zien. Door een waterrijk gebied met heel veel kleurrijke vogels bereiken we dit door de franse staat geïnitieerde project , een kraal met hutten zoals die vroeger in deze streek allemaal gebouwd werden. Het zijn wel vijf meter hoge eivormen van leem, bovenin een gat, binnen wonderbaarlijk koel en echoënd en ook redelijk licht.
Er is een ruimte voor de algemene keuken, met potten en kruiken, een ruimte voor de tweede vrouw en haar kinderen, met een eigen keukentje, een ruimte voor de eerste vrouw, met keukentje én directe toegang tot de vluchthut die behalve binnendoor niet anders betreden kan worden, en een ruimte voor de dieren. De man heeft geen eigen ruimte maar slaapt en eet bij de vrouw waar hij op dat moment zin in heeft. Soms zitten er bij wijze van kledinghaakjes dierenhorens in de muur gemetseld. Eromheen staat een fraai beschilderde lemen wal die opengebroken wordt als er weer een nieuwe vrouw (met hut, én eigen keuken,) aangeschaft wordt. Midden op de binnenplaats staat een enorme voorraadpot met mill met een gat aan de bovenkant waardoor kinderen gejaagd worden om het graan te scheppen voor de kleinere potten van de dames. Het ziet er allemaal veel beter uit dan de hutten die we tot nu toe gezien hebben, maar er kleeft één probleempje aan dit type huis : in de regentijd stort alles in één en moet je weer opnieuw gaan bouwen. We krijgen uitgebreid uitleg van een vriendelijke gids terwijl Lilajurk verveeld in een hoek hangt te wachten tot het over is.
In de lemen stoelen en bankjes voor het complex heeft zich inmiddels de bekende kinderschaar verzameld. Deze zijn wel héél leuk, en ogen veel gezonder dan de stadskinderen. Ze zijn lacherig en nieuwsgierig, sommige rennen hard weg voor deze enge blanken, die hier kennelijk niet komen. Wij hijsen onszelf weer in en op de auto. Onderweg is behoefte aan een sanitaire stop, Roger wandelt mee en wijst me gedecideerd een zeer zichtbare plek achter een transparant niksje van een struik en terwijl Lilajurk geboeid meekijkt, en het dorp weer enthousiast aanzet, zitten en staan Roger en ik naast elkaar te plassen terwijl hij geïnteresseerd informeert of ik nog steeds ongesteld ben. Ook in de wat meer privacy gevoelige sector worden wij hier in Afrika steeds soepeler.
In het dorp Pousse rijden we langs een fraai gedecoreerde lemen wal, Amadu zegt dat daar de chef woont. Ondanks onze tegenwerpingen is Roger meteen de auto uit om de chef even bonjour te zeggen. Zuchtend volgen we hem. We worden binnengelaten door een vriendelijke jurk die uitstekend Frans spreekt. Schoenen uit en entree in grote lemen ruimte, met tapijten op de grond en uitnodigende matrassen en kussens. We worden verzocht op een rijtje stoelen plaats te nemen. Er verschijnen twee hele lange magere mannen in prachtige kledij die zwijgend neerknielen aan weerszijden van de troon. Als Joke een aantal vragen stelt aan de secretaris wordt ze vriendelijk maar beslist terecht gewezen : de secretaris beantwoordt geen vragen, we moeten wachten tot de Sultan er is. Een Echte Sultan ! Zo zout hebben we het nog niet eerder gegeten !
Op zeker moment gaat er een siddering door de gelederen, iedereen staat op, het kraaltjesgordijn wordt opengeschoven en daar verschijnt de Sultan Hemzelf. Hij mag z'n schoenen wel aanhouden. Hij geeft ons een hand, d.w.z. we worden om de beurt naar de troon geduwd om hem een hand te geven want het is niet de bedoeling dat de Sultan een poot voor ons verzet. Joke mag nu haar vraag stellen aan de secretaris, die deze weer herhaalt voor de Sultan : over aantal inwoners (veel), over landbouwmogelijkheden (niet), over inkomsten (niet), over gezondheidszorg (niet) en over scholing (niet). Onderwijzers schijnen niet naar deze uithoek te willen komen om de kindertjes Frans te leren dus hier heersen diverse van de 275 stamtalen.
Roger beklimt zijn stokpaardje en meldt dat het toch overal een hele smerige boel is. En dat de Sultan die ook chef is, en burgemeester en hoofd van alles daar toch iets aan zou kunnen doen. Joke had Roger al eerder geadviseerd om een kaartje te laten maken om zijn kursussen "schoonmaakbedrijf" hier te promoten. "Roger White" leek ons een goede naam, gek gedramd door alle reclame hier voor "Whisky Noire". Het wordt warmer en warmer en ik kijk verlangend naar het uitnodigende matras. Er komen steeds meer hele lange mannen in japonnen binnen die ritueel in hun handen klappen en iets mompelen, waarop de Sultan teruggromt. Hij heeft een grote witte jurk aan, een dik gouden horloge, ferme ringen, een enorme bril en muts en aan iedere hand zes vingers. Ik ben diep gefascineerd, aan iedere pink heeft hij nog een extra pinkje zitten. Duizend vragen : of dat nou lekkerder aait, of hij toeslag moet betalen bij de nagelknippertjes van het busstation, of het verplicht is om als Sultan twaalf vingers in te brengen, had z'n Vader ze ook, is een extra pink duurder dan een extra duim, heeft hij een lievelingspink, enz. Hoewel ik word uitgenodigd om vragen te stellen durf ik er niet over te beginnen. Uit angst dat ze hier nog aan stil kannibalisme doen houd ik mijn mond stijf dicht. Bovendien zijn er al zoveel rituelen, ik moet goed oppassen anders wordt Joke, die met haar blonde lekkerigheid nogal scoort hier, in ene uitgehuwelijkt aan deze 12vingerige ofzo.
Eindelijk is het onderhoud beëindigd, we worden bedankt en buigend uitgeleide gedaan door de secretaris die beleefd Joke's pen confisceert. De pennen hebben groot succes hier, we hadden pakketten viltstift meegenomen en kinderen bevechten elkaar daarom. Mijn leuke haarklemmetjes daarentegen moet ik ze echt opdringen, meestal lopen ze gillend weg. Amadu staat buiten te wachten met de auto in de schaduw van een boom. Lilajurk ligt in de bak te slapen.
Teruggekeerd in het bootjesdorp staat hij erop mee te gaan met ons naar het eethuisje waar we op de heenweg vis besteld hebben. We betalen hem de afgesproken hoofdprijs maar hij gaat onmiddellijk zeveren, hij wil extra, waarschijnlijk voor dat liggen in de bak naar Pousse. Samen met Amadu hebben we de heerlijkste maaltijd ooit in Kameroen, grote verse vissen met tomatensaus en zonder banaan ! Ondertussen blijft de gids in de buurt rondgrommen en bedreigt Roger met een mes die nu helemaal uit z'n voegen schiet, de man stijf scheldt en hem zegt op te rotten. Dit keer vertrekt Lilajurk.
Terug in het hotel betalen we Amadu en geven hem een dikke fooi. Hij was een goede chauffeur onder de omstandigheden en een behulpzaam gids gedurende de afgelopen 4 dagen. Hij had een uitstekende eigen regeling getroffen met Allah waardoor hij wél bier mocht drinken en niet zo vaak hoefde te bidden als zijn geloofsgenoten en ook regelmatig met ons mee kon eten.

Maandag 30 december Marua-Douale
Vlak voor we op het punt staan naar het vliegveld te vertrekken meldt de gérant van het hotel dat er helaas geen vliegtuig gaat. Paul ontsteekt in woede, hij vermoedt een kutsmoes om de Belangrijke Mannen die we in Wasa ontmoet hebben, en die gezegd hadden óók deze vlucht te hebben, vóór te laten gaan. Zoals dat niet alleen in Afrika, maar wel vaak in Afrika inderdaad opgelost wordt. Justine van de trein had ons er al voor gewaarschuwd dat in Marua rondom feestdagen opvallend veel vliegverkeer uitvalt wegens "mist". Er zijn geen taxi's maar we bedreigen de chauffeur van het hotel zolang tot hij met forse tegenzin naar het reisbureau rijdt, waar één van de dames zegt dat we toch maar naar de airport moeten. De chauffeur blijft weigerachtig maar een shot benzine en een fooi zetten hem in beweging. Op het vliegveld is het akelig uitgestorven, wél ontmoeten we daar de gele jurk met de mooie ogen Bobo die het nu óók even niet weet, dus we laten onze complottheorie varen en kopen weer fijn kaartjes voor de hotsende urenlange tocht naar Garua, want daar zal wél ergens een vliegtuig komen. Daar nemen we een taxi direct naar het vliegveld voor een weerzinwekkende prijs. De taxichauffeur meldt stralend dat er maar 2 taxi's in Garua zijn en we bovendien een groot probleem hebben vanwege de gecancelde vlucht dus dat het heel normaal is dat hij de prijs voor deze bijzondere gelegenheid 3 x verveelvoudigt.
Op het vliegveld gebeurt er eerst helemaal niks, geen aankondigingen, geen opvang, wél alarmerende berichten van mensen die daar al 2 dagen zitten omdat de vorige vluchten ook al geannuleerd werden. Als er uiteindelijk een toestel komt vechten we ons naar binnen, want vol is vol, dat hebben we inmiddels wel begrepen, en ze laten je hier rustig nog een (paar) dagen staan.De "directe" vlucht naar Douala blijkt tot onze niet geringe schrik eerst naar Ndjamena, de hoofdstad van Tsjaad te gaan, dat is ernstig de andere kant op en bovendien schieten ze daar elkaar permanent voor de raap. Dan vliegt het toestel naar Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen en tenslotte komen we diep in de nacht in Douala aan. Wel heeft Roger op wonderbaarlijke wijze een taxi kunnen regelen om toch naar zijn wijk te komen.

Dinsdag 31 december, oudejaarsavond in Douala
Douala lijkt nog vreselijker dan een week geleden. Bloedverziekend heet en benauwd, permanent in een niet te temperen stoomsauna, vies en stoffig en de wegen zelfs in hartje stad helemaal kapot. We besluiten ook om zo snel mogelijk door te gaan maar eerst vieren we oud en nieuw met de familie, die inmiddels uitgebreid is met een paar hartveroverende meisjes van 3 en 6 jaar, de dochters van de door Roger verstoten Meridor. 's Morgens bezoeken Joke en ik aan de hand van Roger het gehandicaptencentrum waar David werkt. We krijgen veel commentaar, mannen roepen naar Roger dat ze genoeg geld hebben om één van die twee blanken voor een schappelijke prijs over te nemen. Het gehandicaptencentrum is interessant, vooral voor Joke, die ergotherapeute is, ze maakt veel opnames. Trots toont David zijn fotoboeken waarin gruwelijke operaties en losse stompjes been, lekker close gefotografeerd naast de verbeterde versie van de patiënt, met zijn hulpstukken. Zaken als klittenband, een perfecte manier om sluitingen te maken, blijken niet te krijgen te zijn in Kameroen. We beloven het op te sturen.
Vervolgens brengt David ons naar een Hollandse religieuze, Soeur Antoinetta van Winden, al dertig jaar woonachtig in één van de armste wijken van Douala. Het is een lange magere vrouw, met vorsende blik, die een hoop werk verzet, ik ben erg onder de indruk van haar en vind mijn eigen werk onmiddellijk helemaal over niks gaan. Ze vertelt dat het leven in Kameroen erg achteruit gegaan is sinds Kameroen volgens Westers model (en bungelend aan het touw van het Internationale Monetaire Fonds) gedemocratiseerd werd. Twintig jaar geleden was hier een dictator, die inderdaad zijn eigen stamgenoten bevoordeelde, maar die toch ruimte genoeg liet voor iedereen. Sinds er (al twintig jaar dezelfde) president is, is er een oligarchie ontstaan, en de intelligentsia en ook de hele middenstand zijn verdwenen. Handelshuizen en enkele banken zijn in handen van buitenlanders, vooral Libanezen. Studie en universiteiten stellen nog maar weinig voor, en ook al heb je scholing en opleiding, de kans op werk is zeer gering. Het is geen opgewekt verhaal. We nemen een grote stapel brieven mee om in Nederland te posten, en ze geeft ons het adres van een Nederlandse non via wie we het klittenband moeten versturen, want elk pakket via de gewone post wordt gestolen en/of opengemaakt.
David brengt ons ergens waar we makkelijk op een taxi kunnen stappen. Als hij stopt zijn we wederom omringd door politie, dit keer niet eens in politiepak maar met een vage badge waardoor ze assistent van de consul zijn. Nu is ons vergrijp dat we zouden gaan parkeren bij een paaltje dat aangaf dat juist op die ene plek niet geparkeerd mag worden, 1 meter daarvoor en 1 meter daarna weer wel. We gingen helemaal niet parkeren maar stopten even om ons eruit te laten. Na eindeloze onderhandelingen, waarbij de mannen wederom meegenomen worden, wat Joke en ik nooit echt fijn vinden, keren ze – zonder boete- terug.
Met z'n drieën gaan we vervolgens langs de geldwisselaar, een immer aan zijn edele deel wriemelende hele grote Muzelman. In een donker achterafkamertje wordt over de koers onderhandeld. Het bezoek van twee Westerse dames trekt veel belangstelling, er komen allemaal snikkelwrijvende jurken bij staan, ik voel me er niet erg senang. Omdat je hier niks bij bank of postkantoor kunt opnemen, en nergens met plastic kunt betalen, reizen we met al ons geld cash rond, en dat weten zij ook. (We hoorden verhalen hoe in het Noorden een bende i.s.m. de politie, -want voorzien van politiekleding-, auto's overvielen om blanken te plukken. In konvooi rijden was het advies van onze hotels, maar hoe kan je dat doen als er verder nauwelijks ander verkeer is? Onze chauffeur daar, Amadu was ook overvallen. Sinds anderhalve maand was deze bende opgerold.)
Na het grote wisselen stopt Roger al het geld in zijn zak en in plaats van een snelle en geruisloze aftocht vertoont hij nu een afgrijselijke voorkeur voor obscure zijstraatjes en duisteren contacten, terwijl ik schichtig om me heen kijk of we gevolgd worden door de wisseljurken. Na wat onnutte boodschappen gaan we via een ingewikkeld taxistelsel weer naar huis, waar we een volledig doorgetranspireerde Paul vinden die geen moment heeft kunnen doen wat hij wilde met die jengelende kinderen en andere familieleden. Wel is hij de verbijsterde getuige geweest van het koken van Elise, gedurende de hele middag gehurkt achter een vuurtje waar - op een paar stenen - de pannen staan. Er komen 20 gasten, en het is fantastisch wat deze vrouw weet te maken van twee stokoude anorexiakippen en varkens die al weer bijna aan reïncarnatie toe zijn. Er zijn 4 bestekjes meegenomen door Roger, voor de gasten en hemzelf. De rest eet, als overal, met handen. Daarnaast zijn er ongeveer 8 borden, dat zijn er 12 tekort voor de aanwezige gasten. Dat geeft helemaal niet, telkens als er een bord leeg is schuift er –zonder afwasje tussendoor – een nieuwe gast achter. Roger is ongelukkig omdat het verstoten nichtje Meridor, die hij door ingewikkelde hulptroepen heel indirect tóch gevraagd heeft, nog niet gearriveerd is. Als ze er uiteindelijk wel is doen ze tamelijk lullig tegen elkaar.
Al snel wordt er hevig geswingd in het kleine kamertje, iedereen doet mee, zelfs de holbewonende buitenbroers. En vooral Oma, die is niet te stuiten. Ze is van een andere stam, zeer moeilijk te verstaan, dol op haar twee geschifte zoons, één slaapt vaak bij haar op de kamer. Ze is een mager vogeltje met dikke opgezette elefantiasis benen, in haar jeugd door een slang gebeten. De temperatuur, toch al niet gering, stijgt nog een paar graadjes, en zelfs de zwarte medemens betrap ik nu op het betere zweetwerk. Als de bokkende Meridor en Roger eindelijk samen gaan dansen wordt iedereen erbij gehaald. Het stel barst onmiddellijk in snikken uit en vluchten ieder weer een andere kant op.
Regelmatig valt de elektriciteit – in de hele stad – uit. Dat is niet altijd onprettig. Ze kunnen er wat van, qua versterkte herrie in de buurt. Wel hebben we de familie, die de trotste bezitter is van een televisietoestel dat de hele dag aan staat, doorgaans sneeuw vertoont , en dat ook nog vaak achter gesloten kastdeurtjes, zover weten te krijgen dat het ding uit gaat wanneer er muziek op de CD speler staat, want die hebben ze ook, al valt die nog veel vaker en langduriger uit dan de elektriciteit.

Woensdag 1 januari Douala-Kribi
De volgende dag gaan we naar het busstation waar we van tevoren kaartjes gereserveerd hebben voor Kribi. We komen om half twee aan, confirmeren onze reservering van 2 uur en vertrekken om 4 uur want dan pas is de bus vol. Maar we weten inmiddels dat dat toch handiger is dan wanneer de bus van twee uur al om één uur vertrekt, omdattie dan al vol is. Kribi is een vrij chique badplaats, 3 uur rijden ten zuiden van Douala, aan de Atlantische Oceaan. We hebben deze bestemming bedongen omdat we zolangzamerhand helemaal sufgereisd zijn en nu naar dat strand, die palmen en de rust verlangen. We krijgen met moeite een hotel, maar dat ligt wel helemaal mooi aan het oceaanstrand en heeft wel super chique kamers en Paul en ik mogen voor het eerst deze reis weer bij elkaar slapen, ook zonder zijn andere vrouw. Op zich is het wel boeiend om met je echtgenoot op reis te zijn terwijl je hem nooit persoonlijk spreekt, laat staan leuker. Het is maar goed dat we al een jarenlange gezamenlijk training van apart wonen achter de rug hebben. In de korte schemering bieren we op het warme zand. Het is vol met juichende zwarte lijven in de zee. We moeten Roger aan de ketting houden. Sommige donkere dames dragen donkere badpakken, dan zijn het net mijn bronzen beelden. Alleen deze bewegen.

Donderdag 2 januari Kribi
De volgende dag ga ik al heel vroeg zwemmen, de zee is lauw, geen verschil tussen huid en water. Het regenwoud loopt uit tot op het strand, zodat we heerlijk in de schaduw van een loofboom kunnen zitten. Eindelijk lezen, lukt niet, er is veel te veel te zien, eindelijk vakantie! We sukkelen de dag door, eindje lopen over het strand naar het haventje, eindje lopen naar de vissersplaats, het is helemaal zoals het moet. Joke in ik bezoeken een ander hotelletje aan het strand, lieflijker en eenvoudig, laten ons meteen een paar kamers tonen en vinden het wel iets voor een volgende kerst. Het plaatsje is charmant : één patserig hotel, daarin zitten wij, en een stuk of zes sympathieke behuizingen. Verder het gewone gedoe met hutjes waarvoor heel lekker vis gebakken wordt. Overigens is het kennelijk geen enkel probleem dat de lokalen dóór de entree van het hotel heen en masse in de zee komen zwemmen. Natuurlijk ben ik badpak vergeten maar ik heb iets kunstigs geknutseld met een T-shirt. Traag opdrogend in de koelte van de schaduwrijke boom loop ik daardoor een fijne verkoudheid op.
v Vrijdag 3 januari Kribi-Douala
Dus ik blijf die dag in bed liggen, we mogen de kamer tot 4 uur, wanneer we weer terug moeten naar Douala, houden. Ik hoest en nies en maf en wanneer ik een klein beetje lig te slapen wordt er gebeld door de receptie dat ik daar moet komen want telefoon. Tegen de tijd dat ik daar ook ben is die telefoon er niet meer, en is het onmogelijk om contact te krijgen met Roger, Joke en Paul die op pad zijn gegaan naar de enige watervallen in de wereld die in de oceaan storten. Althans dat staat in de folder. Later blijkt dat zij mij uit m'n bed gebeld hebben om te vragen of ik garnalen wilde! Ik háát ze. Aan het eind van de dag sukkelen we weer met de bus terug naar Douala.

Zaterdag 4 januari
Roger gaat oude vrienden bezoeken in de stad en Paul, Joke, Elise en ik gaan met David op pas, richting Limbe, een badplaats ten Noorden van Douala. Eerst bezoeken we de vrouw van James die in het Engelstalige gebied woont. James woont nu bij Paul's buurman op de Overtoom, was fysiotherapeut (zonder werk) in Douala. Wanneer we in haar buurt lopen worden we opeens besprongen door twee onbekende kinderen, maar we herkennen ze meteen als kinderen van James. Ze zitten er wat lieflijker dan in Douala, maar toch moeizaam, een jonge vrouw, 3 kinderen die met graagte op de foto en de video willen, braaf zeggend dat ze Daddy zo missen, en hem veel good luck wensend. Wel pijnlijk, wij weten dat James nog steeds hartstikke moeilijk in Nederland zit, géén werk heeft en helemaal afhankelijk is van buurman Joost. In dit Engelstalige gedeelte lijken de zaken wat beter te zijn georganiseerd dan in de rest van het land, hetgeen door David, afkomstig uit dit gebied ook meteen bevestigd wordt. We rijden door rubberplantages, hij stopt om ons te laten zien hoe dat gaat. In de boom wordt een schuine snee gehakt, waaronder met een stukje ijzerdraad een lullig emmertje wordt gehangen. Het sap lijkt op houtlijm, stroomt er enige uren in en droogt dan op. De volgende dag wordt het bodempje uit de emmer gepeuterd en in een container van de rubberfabriek gemikt. De opgedroogde leksliertjes houden ze zelf, daar kunnen ze kennelijk nog iets mee. In de rubberfabriek worden die bodempjes gewassen en met fosforzuur behandeld en fijngestampt tot pakketten van 35 kilo. Er is dan 60 % vocht uit, dus 60 % krimp. Dus zo'n baan als boomlekopvanger is niet wildstimulerend. Uiteindelijk gaan alle pakketten naar Europa, als basis voor autobanden en condooms.
Limbe is chique, de president heeft er een nederzetting, en de missie zit er uitgebreid. De haven is van nature diep, maar wordt opgeheven, volgens David omdat men jaloers is op de Engelstaligen en liever de steeds vol zand lopende haven van Douala handhaaft dan zoiets belangrijks verlegt naar Limbe. Er drijft iets erg roestigs met veel soldaten er omheen, moet topgeheim zijn en blijven en we mogen niet fotograferen. Mount Kameroen, die twee jaar geleden nog flink spuugde, met een hoop slachtoffers is nauwelijks te zien, dichtgemist. Jammer genoeg hebben we geen tijd om er op te gaan, we moeten terug naar Douala om op tijd te zijn voor ons vliegtuig vanavond. We worden uitgebreid gezoend, en Roger's moeder bedelft hem onder rituele voetwassingen, opdat hij maar weer terug zal keren. We laten lakenzakken, handdoeken, wat kleding, make up en alle medicijnen achter voor Elise, hetgeen we al snel zullen gaan betreuren.
Terug op die vreselijke airport. Er wordt zoveel gejat dat mensen hun hele koffer laten dichtsealen. Ook wij hebben hangslotjes op de meest lullige stukken bagage, zelfs de rits waarachter de vieze onderbroeken en erger nog, de sokken, blijkt later geopend te zijn. Daar krijgen ze nog wel spijt van. Ons vliegtuig wordt om 1.00 uur 's nachts uit Kinshassa verwacht, maar om 4 uur krijgen we te horen dat de vlucht geannuleerd is. Bruxellair ! De leeuw schiet weer in Paul en hij weet te regelen dat we bij het kleine gezelschap horen dat een hotelkamer van de luchtvaartmaatschappij aangeboden krijgt, ik ben inmiddels strontziek en we willen voor geen prijs meer terug naar Roger z'n huis.

Zondag 5 januari, Douala
Ik lig verplicht de hele dag voor pampus in de hotelkamer. De anderen doen nog een mooie dag Douala, ik begrijp later dat we in een betere buurt zitten en dat het er niet overal even akelig is als in die stukken van de stad die we inmiddels kennen. Gelukkig hadden we niet zoals vele anderen, al ons geld opgemaakt, we wisten dat we het toch wel weer aan Roger kwijt zouden kunnen. Er wordt hoestsiroop, keeltabletten en andere narigheid aangeschaft, net alles wat we achtergelaten hadden voor Elise. We delen alles broederlijk want inmiddels zijn Joke en Paul ook heftig aan het snotteren. Paul zet alles op alles om ons op een vluchtlijst te krijgen, want inmiddels heeft Bruxellair kenbaar gemaakt dat er niet genoeg plaats is op de volgende vlucht (er gaan maar 3 x per week vluchten tussen Douala en Brussel). We proberen vroeg in te checken, aan het begin van de avond, er spelen zich dramatische scènes af, er zijn nogal wat mensen, inderdaad zwart en Kameroenees die geen logies hebben gekregen. Er is een heftige run op een toestel van Air France naar Parijs, maar we besluiten toch op "ons" toestel te gokken. Informatie wordt niet gegeven, we worden steeds van bloedhete naar ijskoude ruimten gebracht dus al snel zit iedereen te rochelen.
Om 5 uur 's morgens arriveert het toestel, en om 6 uur vliegen we weg en om 7 uur zit ik aan een ontbijtje van vis en witte wijn en om 8 uur kijk ik door een kiertje van het gordijn beneden naar de Sahara.Tegen 12 zijn we in Brussel en dan duurt het nog 4 treinen en evenveel uur voor we in Breda de auto kunnen ophalen. De heenweg nam uit en thuis 8 uur, de terugweg zo'n 40. Het is wit in Nederland, en de airco staat te hoog afgesteld.
Verantwoording
Wie geïnteresseerd is kan bij Paul informeren hoeveel geld we precies bijeengesprokkeld hebben voor het project van Roger. In ieder geval dank ik de volgende mensen namens hem en zijn familie hartelijk voor hun bijdragen :
Jan en Mariëtte Goossens, Mevrouw C. van Sante-de Wolf, Iet de Vries Robbé, Pieternel Vosdingh Bessem, Tante Klaas van Sante, Nel Bessem, Rardy Tijdgat, Katy Kist, Tom van Sante, Barbara Padberg, Joke Bosman, Mevrouw A. Bosman en Paul van Sante.

Roger heeft gezocht naar een huisje met een stukje grond aan de rand van de stad. Dat zou aantrekkelijk zijn omdat Elise en haar kinderen dan ook wat zouden kunnen verkopen of malen of enz. aan huis. Maar dat bleek allemaal te duur en kadastraal niet onderbouwd te zijn. Dus heeft hij het huisje in Carrière, waar wij geweest zijn, gekocht, laten opknappen, een waterput geslagen, en een vorm van sanitair gebouwd. Weliswaar is deze plek lastig bereikbaar, maar het is er wel veel gezonder en schoner dan in de stad. Van het overgebleven geld heeft hij in een chiquere buurt van Douala een stukje grond gekocht van zo'n 650 vierkante meter, mét de juiste kadastrale papieren, hetgeen uitzonderlijk is. Het lijkt ons een prima investering. Zijn droom is om daarop twee huisjes te bouwen, en die te verhuren. Op dat moment zou Elise haar inkomen hebben. En omdat ze verre van een haaibaai is moeten het er twee zijn : betaalt de ene huurder niet, dan doet de andere het wel. We zijn bang dat dat voorlopig geen haalbare kaart is. Roger heeft toch al geen groot inkomen, en hij kan niet vaker dan één keer per jaar naar Douala. En een huisje laten bouwen, al is het nog zo simpel, gaat –nét zoals bij ons – niet wanneer je er niet zelf bij bent. Hij staat er erg alleen voor.
Zijn Moeder is oud, heel oud, z'n 2 broers zijn lief maar gestoord en kunnen niks, zijn zus Elise heeft werkelijk haar handen vol aan het draaiend houden van dit geheel, immers, de directe zorg voor deze mensen plus haar eigen 3 kinderen ligt bij haar. Er zit een enorme aap op zijn schouder. De zorg voor de Moeder zal wel eens verdwijnen, maar voor die twee broers en Elise? Haar oudste dochter heeft het verbruid, bloedjong twee kinderen, ze reageert vaak sloom en apathisch. De twee andere kinderen, Lazar en Mamaïta zijn slim en vitaal. Lazar is op het Lyceum, Mamaïta volgt een opleiding als kledingontwerpster. Als zij zich niet voortijdig zwanger laat schoppen zie ik voor haar nog de meeste mogelijkheden. (Overigens zagen we wél tot diep in de rimboe reclame maken voor het gebruik van condooms, ze lagen soms ook naast de zeep of de bijbel in de hotelkamers).
We hebben veel met Roger gesproken over deze familielast. Hij wil er wel van af, hij begint te veramsterdammen. Ik ben bang dat hij zijn leven lang vast zit aan de zorg voor zijn broers en zus, maar bij die kinderen moet hij een streep trekken. Wel probeert hij om Lazar en Mamaïta officieel naar Nederland te krijgen.
 
 
NIEUWSBRIEF

:


NIEUWS
 
 
© 2009 Project 76
All rights reserved